Opa, je handen in de lucht,
de zon springt over ’t dak van de dag;
onder je voeten bonkt de aarde
als een tamboijn van vroeger.
We draaien door stof en herinnering,
jouw lach een scheurtje in de tijd;
met elk glas raki worden de jaren
licht als de vlinders in je wijn.
Opa, laat de wereld even draaien,
wij dansen op de rand van het woord;
in je ogen glanst nog het meisje
dat nooit leerde wat stilte doet.